
Recente berichten
- Zzp’ers ruziën vaak met Belastingdienst
- Kwakkelende economie zorgt voor vloedgolf aan zzp’ers
- Steeds meer studenten willen ondernemer worden
- Zzp’er in de bouw maakt veel uren
- Fiscale problemen: Let op de pensioenvoorziening bij uitkeren dividend
Recente reacties
Zzp’ers ruziën vaak met Belastingdienst
Een heldere definitie van ondernemerschap ontbreekt. Daardoor botsen zzp’ers regelmatig met de fiscus.
Dat noteert Het Financieele Dagblad op uit de mond van diverse belangenbehartigers van zzp’ers. Leo Vollebregt, bestuurder van belangenorganisatie ZZP Nederland spreekt zelfs van een ‘heksenjacht van de fiscus’. Hij schat dat er jaarlijks zo’n tien- à twingduizend zelfstandigen aanvaringen hebben met de Belastingdienst. Volgens hem is de Nederlandse fiscus strenger dan buitenlandse belastingdiensten. Ze zou meer eisen stellen.
Een belangrijk dispuut is vaak of de zzp’er wel een echte ondernemer is en niet een verkapte werknemer in loondienst. Dat speelt vooral onder zelfstandigen die slechts enkele opdrachtgevers hebben onder wie één of meer zeer grote.
Het probleem speelt bijvoorbeeld in de thuiszorg en in de ICT-sector. De bekende VAR-verklaring is daarbij ook een twistpunt. Met de VAR kan een zzp’er opdrachtgevers geruststellen: hij/zij is een echte ondernemer zodat een klant niet het risico loopt dat deze alsnog sociale premies moet betalen. Maar in de aanvraag staan lastige vragen, zoals die over het verbod op het ontvangen van gedetailleerde aanwijzingen van een opdrachtgever.
In de praktijk is dat een moeilijke eis: immers een zelfstandige timmerman zal toch precieze instructies moeten krijgen voor z’n werk op een klus. Hetzelfde geldt voor de freelance journalist die een opdracht krijgt voor een artikel.
Overigens bereidt de Sociaal-Economische Raad (SER) wel een advies voor over de positie van zelfstandigen. De belangenclubs hopen dat daarin ook een eenduidiger definitie van ondernemerschap komt te staan.
Bron: www.fd.nl
Kwakkelende economie zorgt voor vloedgolf aan zzp’ers
Het aantal startende bedrijven groeit weer. Nederland kreeg er het eerste halfjaar 19 procent meer nieuwe ondernemers bij in vergelijking met dezelfde periode in 2009. Het gaat vooral om zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers), blijkt uit onderzoek van de website ondernemersunited.nl.
De site, onderdeel van Romijn Media, vlooide de gegevens van de Kamers van Koophandel door voor alle plaatsen in Nederland en telde 62.425 nieuwe bedrijven. In meer dan de helft van de plaatsen (58 procent) kwamen er startende ondernemingen bij. Het leeuwendeel is eenmansbedrijf. Maar er zijn ook grotere starters, die samen banen scheppen voor meer dan tienduizend medewerkers.
Amsterdam gaat aan kop. Daar kwamen er in de eerste zes maanden ruim 5000 bedrijfjes bij. Volgens Wilfred Romijn van ondernemersunited.nl, die vorig jaar de ranglijst lanceerde, is de ondernemingszin in de hoofdstad altijd al groot doordat er veel ’creatieven’, zoals ontwerpers en tekstschrijvers, wonen. „Dat is typisch de groep die een eigen bedrijf opricht.”
Elders speelt werkloosheid een rol, meent Romijn. „Mensen vinden moeilijk een baan, willen niet in een uitkering zitten en beginnen voor zichzelf. Ze willen het heft in eigen handen houden.”
De stimulansen vanuit de overheid, via gemeentelijke sociale diensten of uitkeringsinstantie UWV, doen er nauwelijks toe, zegt Romijn. „Je hebt het ondernemen in je of niet, al zie je wel dat mensen makkelijker die stap zetten.”
Het aantal zzp’ers is het afgelopen decennium fors toegenomen. Bedrijven huren vaker freelancers in. Romijn: „Misschien werkt het ook aanstekelijk. In sommige plaatsen zie je enorme uitschieters. Neem Julianadorp: van drie starters in 2009 naar 34 dit jaar.”
Wel vraagt hij zich af in hoeverre ze het redden in deze moeilijke tijden. Daar wil hij nader onderzoek naar doen. „Je ziet heel veel webshops ontstaan, bijvoorbeeld van vrouwen die vanuit huis kinderkleding verkopen. De concurrentie is enorm. Eigenlijk red je het alleen als je in de top vijf van internethits komt te staan.”
De toename van zzp’ers is voor FNV Zelfstandigen reden om het nieuwe kabinet voor te stellen een staatssecretaris voor het ’nieuwe werken’ te benoemen. Volgens de vakbond is de overheid het zicht op de werkelijke ontwikkelingen op de arbeidsmarkt kwijt door de aandacht voor zelfstandige ondernemers te verdelen over maar liefst drie staatssecretariaten: Economische Zaken, Sociale Zaken en Financiën. „Het wordt tijd dat ze de nieuwe manier van werken in haar armen sluit en integreert met het overheidsbeleid”, stelt directeur Linde Gonggrijp.
Steeds meer studenten willen ondernemer worden
Bijna een kwart van de studenten zegt ondernemer te willen worden, in 2007 gold dit nog voor 17%.
Dat blijkt uit het onderzoek Onderwijs en Ondernemerschap van het onderzoeksbureau EIM dat demissionair staatssecretaris Marja van Bijsterveldt dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Zo’n 40 % van de studenten is reeds bezig met het opzetten van een bedrijf of heeft al een bedrijf. Volgens van Bijsterveldt laat dit zien dat het Actieprogramma Onderwijs en Ondernemen de afgelopen jaren zijn vruchten heeft afgeworpen. ‘Steeds meer studenten zien zichzelf als tamelijk ondernemend en hebben de wens om ondernemer te worden. Ook het aantal scholen dat ondernemerschapsonderwijs heeft verankerd in het onderwijs neemt toe.’
Verdubbeling
Uit het onderzoek blijkt dat 62 % van de studenten het ondernemerschap een belangrijk deel van hun beroepswens vindt. Dat is een verdubbeling in vergelijking met drie jaar geleden. Alleen het primair onderwijs blijft nog wat achter met de aandacht voor het ondernemerschap, constateert EIM.
De staatssecretaris wijst erop dat steeds meer instellingen het thema ondernemerschap opnemen in hun programma, dat studenten vaker op bedrijfsbezoek gaan en dat docenten veel contacten met ondernemers blijken te hebben.
Aanbevelingen
Volgens Van Bijsterveldt zijn de eerste stappen gezet, maar zijn ze er nog niet. ‘Ook in 2011 zullen we ondernemerschap en ondernemend gedrag moeten blijven stimuleren’, concludeert ze. Ze wil samen met betrokkenen uit het onderwijsveld nagaan hoe de aanbevelingen van EIM kunnen worden uitgewerkt. Zo kan volgens EIM de beeldvorming over ondernemerschap in met name het primair onderwijs beter, moeten er toetsen of metingen van de vorderingen komen en zouden ondernemende schooldirecteuren een belangrijke rol kunnen vervullen.
Bron:www.fd.nl
Zzp’er in de bouw maakt veel uren
De zzp’er in de bouw is man, gemiddeld 44 jaar en maakt veel meer uren dan iemand met een voltijdbaan. Hij verdient gemiddeld 42.000 euro bruto per jaar.
Dat valt te lezen in het woensdag gepubliceerde rapport ‘Zzp’ers in de bouw: marktpositie en vooruitzichten’ van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Het is gebaseerd op een grootschalige enquête onder zzp’ers.
Groei
Het aantal zzp’ers in de bouw is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Nu zijn het er ongeveer 80.000. Zij vormen inmiddels 15 procent van de werkenden in de sector, 10 procentpunt meer dan in 1996.
De komende jaren groeit hun aantal nog wel maar niet meer zo hard, verwacht het EIB. In 2020 ligt het aantal tussen de 80.000 en 125.000. Maar dat laatste aantal wordt alleen bereikt bij hoge groei en deregulering.
Opdrachtgevers
De zzp’er heeft gemiddeld tien opdrachtgevers en is niet, zoals wel wordt gedacht, voor het merendeel van zijn omzet afhankelijk van inhuur door aannemers. Uit het onderzoek blijkt dat 80 procent wel eens werkt voor particulieren en voor bijna de helft zijn die de belangrijkste opdrachtgever.
Veruit de meesten hebben eerst in loondienst gewerkt voordat zij voor zichzelf begonnen. ‘Zij hebben die stap gezet omdat zij zelf dingen wilden kunnen bepalen. Of om het geld, omdat zij ervan uitgaan dat zij er op vooruitgaan’, aldus Taco van Hoek van EIB. Nog geen 10 procent gaf aan dat zij noodgedwongen als zelfstandigen zijn begonnen.
Uren
Een zzp’er maakt veel uren. Een voltijdbaan in Nederland komt neer op circa 1720 uur per jaar. De zzp’er in de bouw komt daar ver boven uit. Van de 2175 uur die hij per jaar werkt, kan hij 75 procent declareren bij de opdrachtgever.
De zelfstandigen zijn in vergelijking met werknemers in de bouw meer bereid risico’s te nemen. Maar dat neemt niet weg dat de meesten zich verzekeren tegen risico’s die het werken als zelfstandige met zich meebrengen. Twee derde is verzekerd voor aansprakelijkheid en 57 procent voor arbeidsongeschiktheid.
Bron:www.zibb.nl
Fiscale problemen: Let op de pensioenvoorziening bij uitkeren dividend
De dga mag zijn pensioen verplichting opnemen op de balans. Dit kan tegen de fiscale waarde of de (veelal hogere) commerciële waarde. Als dividend wordt uitgekeerd op basis van de lagere fiscale balanswaarde van de pensioentoezegging kan een probleem ontstaan.
Dit zou kunnen leiden tot een negatief eigen vermogen en het betrekken van de pensioenverplichting in de loonheffing, aldus de Kennisgroep Pensioenen van de Belastingdienst.
Een in eigen beheer gehouden pensioenverplichting mag in de jaarrekening worden opgenomen tegen de fiscale waarde. De feitelijke pensioentoezegging aan een dga is in de meeste gevallen een zogenaamd ‘open geïndexeerd’ pensioen. M.a.w. het pensioen wordt na de ingangsdatum jaarlijks geïndexeerd volgens het prijsindexcijfer. Fiscaal mag hier niet voor worden gereserveerd, zodat de werkelijke waarde (commerciële pensioenverplichting) van de verplichting doorgaans aanmerkelijk hoger ligt dan de fiscale waarde.
Zodoende kent een balans met een pensioenverplichting op fiscale grondslag een aanzienlijk hoger eigen vermogen dan een balans met daarop dezelfde pensioenverplichting op commerciële grondslag.
Wat moet dan het uitgangspunt zijn om te bepalen of er dividend kan worden uitgekeerd? Aangezien zowel het Burgerlijk Wetboek als de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving uitgaan van de fiscale pensioenverplichting, klinkt het logisch het eigen vermogen te bepalen met inachtneming van de fiscale pensioenverplichting.
De Kennisgroep is van mening dat het uitkeren van dividend met inachtneming van de fiscale pensioenverplichting kan leiden tot afzien van pensioen. Indien namelijk door de dividenduitkering het eigen vermogen (uitgaande van de commerciële pensioenverplichting) negatief wordt, moet de hele verplichting direct in de heffing van loonbelasting betrokken worden en is de dga eveneens 20% revisierente verschuldigd. Een en ander wordt gevoed door de gedachte dat de dga feitelijk pensioenaanspraken prijsgeeft door activa via een dividenduitkering aan de vennootschap te onttrekken.
Op dit moment is nog niet duidelijk of dit standpunt van de Kennisgroep formeel wordt ingenomen, of dat hier slechts sprake is van een ‘proefballonnetje’. De verwachting is echter dat de Belastingdienst dit standpunt zal gaan innemen. Dat kan gevolgen hebben voor dividenduitkeringen en er zal per geval moeten worden bekeken of dit niet tot bovenstaande gevolgen kan leiden.
Gevolgen omzetbelasting bij privégebruik onroerende zaak gewijzigd
Wanneer u als ondernemer een onroerende zaak koopt, dan kunt u de in rekening gebrachte omzetbelasting op dat moment verrekenen voor zover u belaste prestaties verricht. U dient de onroerende zaak voor de omzetbelasting wél als bedrijfsvermogen aan te merken.
Ook als u de onroerende zaak gedeeltelijk voor privédoeleinden gebruikt, leidt dat bij de aanschaf niet tot een aftrekbeperking van omzetbelasting. Echter, aan het eind van het jaar van aanschaf en de negen jaren daarna, bent u omzetbelasting verschuldigd in verband met het privé-gebruik. U hebt dus een liquiditeitsvoordeel. Dit voordeel gaat verdwijnen.
Er ligt een wetsvoorstel om de Wet op de omzetbelasting aan te passen.
Het voorstel houdt kort gezegd in, dat de omzetbelasting bij de aankoop van een onroerende zaak slechts verrekenbaar is voor zover de onroerende zaak voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt. Als u als ondernemer de onroerende zaak ook voor privé-doeleinden wilt gaan gebruiken, loopt u dus direct bij de aanschaf al aan tegen een aftrekbeperking van omzetbelasting. Stel dat u van plan bent de onroerende zaak voor 30% voor privé-doeleinden te gaan gebruiken dan kunt u 30% van de omzetbelasting op de aanschafprijs niet verrekenen. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de in rekening gebrachte omzetbelasting ter zake van onderhoud- en renovatiekosten bij de aanschaf van de onroerende zaak. Aan het eind van het jaar van aanschaf en de negen jaren daarna dient echter de verhouding bedrijfs- en privé-gebruik steeds opnieuw beoordeeld te worden. Is deze verhouding gewijzigd, dan volgt in die jaren weer een correctie op de verrekende omzetbelasting. Indien u bijvoorbeeld het tweede jaar de onroerende zaak voor 45% voor privé-doeleinden hebt gebruikt, dan dient u over dat jaar 1/10 van 15% van de bij aanschaf verrekende omzetbelasting terug te betalen.
Voor andere uitgaven ten behoeve van een onroerende zaak, die ook voor privé doeleinden wordt gebruikt zoals onderhoudswerkzaamheden na aanschaf, geldt alleen in het jaar van de gemaakte uitgaven een aftrekbeperking van omzetbelasting ter zake van het privé gebruik.
Aanschaf onroerende zaak
Indien u op het moment van aanschaf van een onroerende zaak de onroerende zaak geheel voor privé-doeleinden denkt te gaan gebruiken, dan heeft u op dat moment geen recht op verrekening van omzetbelasting. Blijkt echter later dat u de onroerende zaak ook voor bedrijfsdoeleinden gebruikt, dan heeft u geen recht meer op verrekening van een gedeelte van de omzetbelasting. U zult dus bij aanschaf al de intentie moeten hebben om de onroerende zaak voor bedrijfsdoeleinden te gebruiken om in aanmerking te komen voor verrekening van omzetbelasting.
Het is de bedoeling dat de nieuwe regeling ingaat per 1 januari 2011. Voor onroerende zaken die zijn aangeschaft voor 1 januari 2011 blijft de oude regeling van toepassing.
Invoeringswet bij wetsvoorstel flexibilisering BV-recht naar Tweede Kamer
Onlangs heeft de regering het wetsvoorstel Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht naar de Tweede Kamer verzonden. Hieruit maakten wij de volgende selectie.
Overgangsrecht
- Artikelen 2:194 en 2:227 BW: de inschrijving van vergadergerechtigde certificaathouders in het register moet binnen een jaar na inwerkingtreding van het nieuwe recht zijn afgerond. Bij de eerste statutenwijziging doch uiterlijk vijf jaren na inwerkingtreding van het nieuwe recht dienen de statuten overeenkomstig artikel 2:227 lid 2 BW te zijn aangepast. Certificaathouders die menen dat hun certificaten zijn uitgegeven met medewerking van de vennootschap krijgen de bevoegdheid de vennootschap te verzoeken hen als vergadergerechtigden in te schrijven. Bij betwisting door de vennootschap zal de rechter moeten beslissen of sprake is van bewilligde certificaten.
- Artikel 2:195 BW: onder de huidige wet kunnen aandelen vrijelijk worden overgedragen aan de zogenaamde vrije groep (echtgenoot etc.), tenzij de statuten anders bepalen. Onder het nieuwe recht wordt deze vrije overdraagbaarheid beperkt en moeten aandelen eerst worden aangeboden aan de mede-aandeelhouders, tenzij in de statuten anders is bepaald. Als aandelen al vóór inwerkingtreding van het nieuwe recht zijn aangeboden, is de overdracht na de inwerkingtreding van het nieuwe recht geldig.
- Artikel 2:225 BW: de termijn van oproeping van de algemene vergadering volgens het nieuwe recht (acht dagen in plaats van vijftien dagen) is vanaf de dag van inwerkingtreding
van het nieuwe recht op alle vergaderingen van toepassing. - Artikel 2:252 BW: onder de nieuwe wet moet een beletregeling voor commissarissen in de statuten worden opgenomen. De verplichte opname in de statuten geldt pas bij de eerste statutenwijziging na inwerkingtreding van de wet.
Fiscale aspecten
- Het Besluit fiscale eenheid 2003 zal worden aangepast teneinde zeker te stellen dat een moedervennootschap ook 95% van de stemrechten in de dochtervennootschap bezit,
zulks vanwege de mogelijkheid in de nieuwe wet stemrechtloze aandelen uit te geven. - Voor de aanmerkelijkbelangregeling worden na de inwerkingtreding van het nieuwe recht stemrechtloze en winstrechtloze aandelen als een aparte soort in de zin van artikel 4.7
Wet IB 2001 beschouwd. Door uitgifte van stem- of winstrechtloze aandelen zal een aanmerkelijkbelangpositie die is gebaseerd op gewone aandelen niet wijzigen. De stemof winstrechtloze aandelen kunnen op zichzelf wel een aanmerkelijk belang vormen. - Zowel winst- als stemrechtloze aandelen kunnen onder de deelnemingsvrijstelling vallen; beide tellen mee voor de bepaling van het totale gestorte kapitaal en de 5%-grens.
- De term ‘belang’ in artikel 4 WBR (onroerendezaaklichaam) is een open norm waarvan de invulling afhankelijk is van de feiten en omstandigheden, zodat invoering van de wet geen aanleiding geeft tot aanpassing van de regels voor de overdrachtsbelasting.
Schenken en erven voor ondernemers
Als iemand een onderneming erft of geschonken krijgt, dan moet diegene over de waarde van die onderneming (het ondernemingsvermogen) erf- of schenkbelasting betalen. Wordt de onderneming voortgezet, dan kan de nieuwe ondernemer gebruikmaken van de bedrijfsopvolgingsregeling.
Verder gelden er speciale regels bij het schenken van aandelen, het erven of verkrijgen van preferente aandelen of bij verkrijging van kleine aandelenpakketten (met name bij familiebedrijven). Vraag ernaar bij een erkende belastingadviseur (bijvoorbeeld de aangesloten leden van het Register Belastingadviseurs).
De bedrijfsopvolgingsregeling is een uitgebreide regeling die al een tijd bestaat. Per 1 januari 2010 is er een versoepeling ingevoerd. De vrijstelling voor ondernemingsvermogen was in het verleden 75 procent. Nu zijn verkrijgingen van ondernemingen met een waarde tot 1 miljoen euro voor 100 procent vrijgesteld.
Waarde
Voor ondernemingen die meer waard zijn dan die 1 miljoen euro geldt voor het meerdere verkregene de 83 procent-vrijstelling. Voor de belasting die dan eventueel nog is verschuldigd (vaak tariefgroep I tegen een tarief van 10-20 procent) kan 10 jaar uitstel van betaling worden verkregen.
De bedrijfsopvolgingsregeling kent een hoop uitzonderingen, vrijstellingen, uitstel van betalingen en andere regels. Om een voorbeeld te noemen: Bij een erfenis is het mogelijk dat er meerdere erfgenamen zijn, maar dat niet alle erfgenamen de onderneming voortzetten. De erfgenamen die de onderneming niet voortzetten, moeten erfbelasting betalen over de waarde van hun erfdeel in de erfenis.
De erfgenamen die de onderneming niet voortzetten kunnen maximaal tien jaar uitstel van betaling aanvragen. Wanneer zij de erf- of schenkbelasting uiteindelijk betalen, moeten zij er ook invorderingsrente over betalen.
Zzp’ers: minder in mkb, meer bij grote kantoren
De kredietcrisis heeft voor de ontwikkeling van het aantal zzp-accountants twee gevolgen, die elkaar (deels) opheffen. Mkb-kantoren zien hun werkzaamheden afnemen en huren minder zzp’ers in. Grote kantoren willen daarentegen de flexibele schil vergroten en schakelen juist meer freelancers in. KPMG richt daartoe zelfs een eigen organisatie in, KPMG People.
Dat blijkt uit een artikel in het deze week te verschijnen juninummer van ‘de Accountant’.
De mkb-kantoren, waar de zzp-trend een paar jaar geleden begon, zagen door de huidige crisis met name hun adviesopdrachten afnemen, waardoor het vaste personeelsbestand nu voldoende is om al het werk te doen.
Bij de grotere kantoren is het tegenovergestelde te zien. “Met name de big four zijn er beducht voor om door de kredietcrisis een groot reservoir van bankzitters te creëren, medewerkers in vaste dienst voor wie geen werk is”, zegt Iddo Post, algemeen directeur van bureau E-Selective dat interim financiële professionals bemiddelt. “Daarom neigen deze kantoren ertoe om juist hun flexibele schil te vergroten en meer zzp’ers in te schakelen.”
Beiden kanten van dit beeld worden bevestigd door anderen in de markt.
Opvallend is het initiatief van KPMG om een eigen pool van zzp’ers te willen creëren. Jessica Mahn, partner bij KPMG Management Services en verantwoordelijk voor het inschakelen van tijdelijke accountants vertelt dat KPMG de ‘flexibele schil’ al enige tijd wilde vergroten. Hiertoe huurt het kantoor niet alleen zzp’ers in via financiële detacheerders, maar is ook een eigen organisatie in het leven geroepen, KPMG People.
Doel is om “binnen twee jaar een eigen bestand op poten te zetten van zo’n tweehonderd freelance professionals”, aldus Mahn. “Dat is zo’n vijf tot tien procent van ons totale medewerkersbestand. We gaan uit van mensen op senior niveau die al de nodige jaren ervaring hebben. Zij worden voornamelijk op adviesopdrachten gezet. Om een indruk te geven: van de 45 zzp’ers die we op dit moment hebben ingeschakeld, zijn er 43 op adviesgebied werkzaam en slechts twee bij auditing.”
Mahn ontkent dat bezuinigen de belangrijkste reden was om meer zzp’ers in te schakelen. “Was het ons louter om het snijden in de kosten gegaan, dan hadden we kunnen volstaan met een beroep te doen op detacheerders. Maar met de oprichting van een eigen community gaan we een stap verder. De belangrijkste reden om met dit initiatief te starten, is dan ook dat we op deze manier beter op veranderingen op de arbeidsmarkt kunnen inspelen. Nu maar zeker ook in de toekomst, als er wellicht een war on talent zich zal voltrekken
PvdA: prijsafspraken zzp-ers toestaan
De PvdA vindt dat zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) die steeds meer ingezet worden in allerlei sectoren als flexibel personeel, minimumtarieven moeten kunnen afspreken.
Daartoe moet volgens Tweede Kamerlid Mei Li Vos van de partij de Mededingingswet worden aangepast. In haar ogen worden de zelfstandige ondernemers nu te veel tegen elkaar uitgespeeld door opdrachtgevers om te concurreren op loon.
Oneerlijk
De nummer 38 op de kandidatenlijst van de PvdA voor de verkiezingen op 9 juni stelde woensdag dat veel zzp’ers hetzelfde werk doen als mensen in loondienst.
Vos vindt het oneerlijk dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) geen prijsafspraken tussen eenpitters toestaat, terwijl in de sector waar ze werken wel over de lonen van werknemers cao-afspraken gemaakt mogen worden.
ook handelend onder de naam ANOTARIS in licentie.
Kvk.nr: 272 644 85. Statutaire zetel te Zeist,
feitelijk adres: Schoudermantel 37, 3981 AE Bunnik.
